|
Invoerrechten
(invoerbelasting):
De belasting die je moet betalen als je een product invoert.
Monocultuur:
Wanneer een land voor de export afhankelijk is van een of enkele
producten.
Nationaal inkomen:
Alle inkomens van alle bewoners van een land bij elkaar opgeteld.
Noodhulp:
Snelle hulp die bestaat uit voedsel, medicijnen en tenten.
Ontwikkelingsland:
De landen die economisch een achterstand hebben. Hierdoor is er veel
armoede, slechte gezondheidszorg en slecht onderwijs.
Protectiemaatregelen:
Maatregelen om de eigen productie en werkgelegenheid te beschermen tegen
de concurrentie uit het buitenland.
Ruilvoet:
De verhouding tussen de prijzen van de exportgoederen en de prijzen van
de importgoederen.
Structurele hulp:
Ontwikkelingshulp gericht op de lange termijn, waardoor deze landen
zelfstandiger kunnen worden.
Vicieuze cirkel:
De oorzaak van een probleem is het gevolg van een ander probleem. Zonder
hulp kan dit niet opgelost worden.
Vrijhandel:
Er zijn geen belemmeringen bij de handel tussen landen. |