|
|
Paragraaf 3: Wat kost
dat?
Bedrijven verdienen geld door inkoop, bewerking en daarna verkoop. De
inkoopwaarde is de door het bedrijf betaalde prijs voor de
ingekochte producten en grondstoffen.
De verkoopwaarde is de prijs die het bedrijf ontvangt als ze
producten ontvangen.
Brutowinst = verkoopwaarde - inkoopwaarde
Het aantal producten dat een bedrijf verkoopt, noemen we de afzet.
De omzet (= verkoopwaarde) kun je berekenen door de afzet maal de
verkoopprijs te doen.
Omzet (verkoopwaarde) = afzet x prijs
Bedrijven hebben naast het inkopen ook kosten. Dit noemen we
bedrijfskosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor de lonen van de
arbeiders, de kosten voor de machines en energiekosten.
De nettowinst van een bedrijf kun je bereken door van de
brutowinst de bedrijfskosten af te halen.
Brutowinst = omzet - inkoopwaarde
Nettowinst = brutowinst - bedrijfskosten
Ook dienstverlenende bedrijven hebben te maken met kosten en
opbrengsten. Dienstverlenende bedrijven hebben vaak geen of maar heel
weinig inkoopkosten omdat ze geen grondstoffen hoeven in te kopen.
Natuurlijk moet een bedrijf geld verdienen en zal de verkoopwaarde
groter moeten zijn dan de inkoopwaarde!
Als bij een bedrijf meer kosten heeft dan opbrengsten, dan maakt het
bedrijf verlies. Als een bedrijf steeds meer kosten heeft dan
opbrengsten en dus steeds verlies maakt, zal het bedrijf moeten sluiten.
Dit noemen we failliet gaan.
|
|