| 1. Je koopt een Mars uit de snoepautomaat op school. | | |
| 2. Je koopt een fles wijn voor je lerares om haar te bedanken voor het fijne schooljaar. | | |
| 3. Je krijgt je loon zwart uitbetaald door je baas. | | |
| 4. Je ontvangt een grote erfenis. | | |
| 5. Je wint een grote geldprijs met een Kraslot. | | |
| 6. Je koopt voor je scooter 15 liter benzine. | | |
| 7. Op straat vind je een briefje van 50 euro. | | |
| 8. Je oom ontvangt zijn loonstrook en je ziet dat er een groot verschil zit tussen het brutoloon en het nettoloon. | | |