| 1. Alle inwoners hebben hier recht op. | | |
| 2. De WIA en de WW zijn de bekendste voorbeelden. | | |
| 3. Nederland heeft veel soorten uitkering en de Nederlandse overheid geeft veel geld uit aan bijvoorbeeld onderwijs en zorg. | | |
| 4. De AOW (algemene ouderdomswet) is het bekendste voorbeeld. | | |
| 5. Aanvulling op de sociale verzekering en betaald uit de belastingen.
Zodat iedereen eten kan kopen. | | |
| 6. Deze uitkering ontvang je als je buiten je eigen schuld om ontslagen bent. De hoogte van deze uitkering hangt af van je laatste verdiende loon. | | |
| 7. Deze uitkering ontvang je van de gemeente waar je woont als je te weinig of onvoldoende inkomen hebt. | | |
| 8. Geldt alleen voor mensen die werken of gewerkt hebben. | | |
| 9. Deze wet geldt als je 2 jaar niet kunt werken door slechte gezondheid. De mate van arbeidsongeschiktheid en je laatst verdiende loon bepalen de hoogte van je uitkering. | | |
| 10. Geldt voor jongen die
arbeidsongeschikt zijn. | | |