Economiepagina.com

 
  Economie leren en oefenen doe je op economiepagina.com: uitleg, oefentoetsen en alle examens!  
     
     
     
 

oefenopgaven geldzaken

antwoorden

 
       
   
       
 

terug naar geldzaken

terug naar lesbrieven

 
     
 

Lesbrieven LWEO
Lesbrief Geldzaken havo
Begrippen hoofdstuk 1: Wat is geld?

 
     
 

Chartaal geld:
Munten en bankbiljetten. Contant geld, cash geld of baar geld.

Dekkingsmiddel:
Munten en bankbiljetten die de banken in voorraad moeten hebben voor het geval dat mensen hun tegoed opvragen.

Giraal geld:
Een onmiddellijk opeisbare tegoed bij een geldscheppende bank. Het geld kan via opvragen (pinnen) of overschrijving worden in contanten worden opgenomen.

Maatschappelijke geldhoeveelheid:
Al het chartale en girale geld in handen van alle Nederlandse inwoners. Het geld dat in kas zit van de banken telt niet mee.

Onstoffelijk geld:
Geld dat je niet kunt aanraken, Bijvoorbeeld giraal geld.

Rekenmiddel:
Als je het geld gebruikt als rekenmiddel dan is het een waardemeter: verschillende middelen kun je dan met elkaar vergelijken met behulp van hun geldwaarde.

Spaarmiddel = oppotmiddel:
Geld maakt het mogelijk om te ruilen over de tijd. Zo kun je besluiten om geld dat je nu hebt op de bank te zetten, om er pas later iets voor te kopen.

Ruilmiddel = betaalmiddel:
Middelen kun je ruilen tegen geld en dit geld kun je weer ruilen tegen andere middelen.

Rekening-courant (lopende rekening):
Betaalrekening die je gebruikt om dagelijkse uitgaven mee te doen en waar vaak je salaris op gestort wordt.

Spaarrekening:
Geld dat consumenten wegzetten bij een bank om er later iets mee te kunnen doen.

     
 

gratis! examentraining

eindexamenpagina.nl

 
       
   
       
 

disclaimer & contact

home