Invuloefening LWEO Lesbrief conjunctuur hoofdstuk 2, 3 & 4 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. is het niet consumeren (van een deel van het inkomen).
2. Een evenwichts is de voorwaarde waaronder een economisch model in evenwicht is.
3. Consumptie is het kopen van goederen en .
4. werkloosheid is de werkloosheid die ontstaat omdat bedrijven op een andere manier hun producten gaan maken.
5. De productie per werknemer over een bepaalde periode noemen we de .
6. De consumptiefunctie geeft het verband tussen de en het nationaal inkomen.
7. De spaarquote geeft aan hoeveel van een extra verdiende euro wordt gespaard.
8. is het kopen van kapitaalgoederen, bijvoorbeeld machines en computers door bedrijven.
9. Een vergelijking is een gelijkheid die altijd klopt.
10. Het effect is het effect dat een besteding andere bestedingen uitlokt.
11. In de evenwichtsvoorwaarde is het nationaal inkomen aan de totale effectieve vraag.
12. cyclisch conjunctuurbeleid is het beleid van de overheid dat de conjunctuurgolf afzwakt.
13. Het vrije spel van vraag en aanbod dat de prijs bepaald noemen we het mechanisme.
14. investeringen zijn investeringen die niet afhankelijk zijn van het nationaal inkomen.
15. De marginale functie geeft aan hoeveel van een extra verdiende euro wordt uitgegeven aan consumptie.
16. De autonome consumptiefunctie is de consumptie die niet afhankelijk is van de hoogte van het .
17. Het deel van het inkomen dat wordt geconsumeerd zie je in de consumptiefunctie.
18. In het inkomensevenwicht is de totale vraag naar goederen en diensten aan het nationale inkomen.