Invuloefening LWEO Lesbrief geldzaken hoofdstuk 1 havo
Vul de ontbrekende woorden in.
Tweet
1.
geld is onmiddellijk opeisbaar tegoed bij een geldscheppende bank.
2. Rekening-
is een betaalrekening die je gebruikt om dagelijkse uitgaven mee te doen en waar vaak je salaris op gestort wordt.
3.
stoffelijk geld is geld dat je niet kunt aanraken.
4. Op een
rekening staat geld dat consumenten wegzetten bij een bank om er later iets mee te kunnen doen.
5.
geld bestaat uit munten en bankbiljetten.
6. De
geldhoeveelheid bestaat uit al het chartale en girale geld in handen van alle Nederlandse inwoners.
7. Als je het geld gebruikt als
middel dan is het een waardemeter.
8. Contant geld, cash geld of baar geld zijn andere benamingen voor
geld.
9. Met geld als
middel kun je ruilen over de tijd.
10. Een ander woord voor ruilmiddel is
middel.
11. Een ander woord voor spaarmiddel is
middel.
12. Middelen kun je ruilen tegen geld en dit geld kun je weer ruilen tegen andere middelen. Geld is hier
middel.
13. Bij
ruil wordt er geen geld gebruikt.
14. Geld als
middel zijn munten en bankbiljetten die de banken in voorraad moeten hebben voor het geval dat mensen hun tegoed opvragen
15. Als er sprake is van
ruil, dan wordt er geld gebruikt.
Kloppen mijn antwoorden?
OK