Invuloefening LWEO Lesbrief geldzaken hoofdstuk 2 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. De waarde is gelijk aan de waarde van het materiaal waar het geld van gemaakt is.
2. ruil is de ruil waarbij je geld gebruikt.
3. Fiduciair geld is geld dat zijn waarde niet ontleent aan de waarde van het materiaal, maar aan het dat er goederen mee gekocht kunnen worden.
4. Een andere benaming voor directe ruil, is ruil in .
5. De extrinsieke waarde of waarde is gelijk aan de waarde die op het geld gedrukt staat.
6. is het verdelen van het werk over verschillende personen.
7. Standaardmunten zijn munten waarbij de intrinsieke waarde gelijk is aan de waarde.
8. De dubbele standaard is een muntstelsel waarbij de waarde van de munt bepaald wordt door twee factoren. Meestal zijn dit de prijs en de zilverprijs.
9. Het doel van arbeidsdeling is een hogere .
10. munten noemt men ook wel eens volwaardige munten.
11. Tekenmunten (intrinsiek onvolwaardige munten) zijn munten die worden gegarandeerd door de .
12. Bij ruil gebruik je geen geld.