Invuloefening LWEO Lesbrief jong en oud hoofdstuk 3 havo
Vul de ontbrekende woorden in.
Tweet
1. Iemand die in dienst van een bedrijf betaald werk uitvoert is een
.
2. Het belastingpercentage is
als dit percentage hoger wordt als je inkomen hoger is.
3.
is het overnemen van de financiële gevolgen van een schade door een verzekeringsmaatschappij van een verzekerde.
4. De beloning voor de productiefactor arbeid is
.
5. Arbeids
is het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing voor iedereen die werkzaam is.
6. Bij
worden de verschillen tussen hoge en lage inkomens groter.
7. De prijs van geleend geld. Een andere naam voor
is interest.
8.
posten zijn bepaalde uitgaven die je van je inkomen mag afhalen, waardoor je uiteindelijk minder belasting hoeft te betalen.
9. De beloning voor het ter beschikking stellen van bezit heet
.
10. Het loon is
loon als de belasting en sociale premies zijn ingehouden.
11.
is de beloning voor het gebruik van land dat iemand moet betalen.
12. Een hypotheek is een geldlening met een lange looptijd voor een huis, gebouw of fabriek met dit gebouw
.
13. De algemene
korting is het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing. Dit geldt voor iedereen.
14. Het bedrag dat iemand betaalt als hij een verzekering heeft afgesloten. De
wordt betaald aan de verzekeringsmaatschappij die daarmee de financiële gevolgen van een schade overneemt.
15.
belasting is belasting dat je over je loon moet betalen.
16.
inkomen is het totale inkomen dat je ontvangt voor het ter beschikking stellen van productiefactoren. De optelsom van: loon, pacht, huur, rente en winst.
17.
oon is het salaris wat je met je baas hebt afgesproken. Hier is nog niets van ingehouden.
18.
beginsel wil in het kort zeggen: de sterkste schouders, dragen de zwaarste lasten.
19. Bruto inkomen min aftrekposten is het
inkomen.
20. Een organisatie die premies int van werknemers en deze belegt om later pensioenen uit te kunnen keren aan de deelnemers aan het
.
21. Loonheffing bestaat uit loonbelasting en de premies
verzekeringen.
22. Premies
zijn de premies die je betaald voor de sociale verzekeringen voor alle inwoners. Bijvoorbeeld: AOW, AWBZ en ANW.
23. Bij nivellering worden de verschillen tussen hoge en lage inkomens
.
24. Het belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt naarmate inkomen toeneemt is een
stelsel.
25.
heffingsdruk is de loonheffing als percentage van het brutoloon.
26. Het belastbaar inkomen wordt in Nederland verdeeld in maximaal vier
. Hierover wordt via een oplopend percentage de inkomensheffing berekend.
27. Het
tarief is het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen. Oftewel het percentage dat je over je laatst verdiende euro moet betalen.
28. Bij het
belastingstelsel betalen alle inkomens hetzelfde percentage belasting.
Kloppen mijn antwoorden?
OK