Invuloefening LWEO Lesbrief jong en oud hoofdstuk 5 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. Het aantal verkochte producten is de .
2. activa zijn bezittingen van een bedrijf die meer dan één jaar meegaan.
3. Een overzicht van alle kosten en opbrengsten in een onderneming is de rekening.
4. De beloning voor de productiefactor is loon.
5. Winst is het positieve verschil tussen opbrengst en kosten. Is het verschil negatief, dan is er sprake van .
6. Debiteuren zijn openstaande rekeningen van reeds geleverde goederen die nog niet zijn betaald. Een is iemand die jou nog moet betalen.
7. De kosten van waardevermindering van machines heet .
8. = afzet x de verkoopprijs.
9. De prijs van geleend geld. Een andere naam voor rente is .
10. Kapitaalgoederen is een duur woord voor .
11. is de beloning voor het gebruik van land dat iemand moet betalen.
12. is het positieve verschil tussen opbrengst en kosten. Is het verschil negatief, dan is er sprake van verlies.
13. Dit is vermogen dat door anderen dan de eigenaren in de onderneming is gebracht. Al het geleende geld is vermogen.
14. Het vermogen is het geld dat door de ondernemer(s) zelf in de onderneming is ingebracht.
15. Het kopen van kapitaalgoederen, bijvoorbeeld machines en computers door bedrijven heet .
16. Een is een overzicht op een bepaald moment van bezittingen en schulden van een bedrijf.
17. Alle bezittingen van een onderneming noemen we .
18. activa zijn productiemiddelen die korter dan één jaar meegaan.
19. De productie zijn: kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap.
20. De waarde van een grootheid wordt gemeten op een bepaald moment. Er staat een datum bij.
21. Een is een schuldeiser die je nog moet betalen.
22. De waarde van een grootheid wordt gemeten over een bepaalde periode.
23. De waardeverhoging van een product die ontstaat door bewerking van het product noemen we de waarde.