Invuloefening LWEO Lesbrief verdienen & uitgeven hoofdstuk 2 havo
Vul de ontbrekende woorden in.
Tweet
1. Het inkomen gemeten in euro's noemen we
inkomen.
2. Het
inkomen bestaat uit de optelsom van: loon, pacht, huur, rente en winst.
3. Een bedrijfs
is een groep bedrijven die allemaal ongeveer hetzelfde product maken of in dezelfde sector actief zijn.
4. De loon
is te berekenen door alle betaalde lonen delen door het nationaal inkomen.
5. Het
is altijd gelijk aan het bruto binnenlands product.
6. De
waarde van de omzet is de waarde van de grondstoffen die in het verkochte product zitten verwerkt.
7. Het aantal goederen en diensten dat je met je inkomen kunt kopen noemen we de
.
8. De
waarde is de waardeverhoging van een product die ontstaat door bewerking van het product.
9.
inkomen is inkomen waar geen tegenprestatie tegenover staat.
10. Bruto binnenlands inkomen is de optelsom van alle
in een land plus de afschrijvingen.
11. Het
inkomen is te bereken door het primaire inkomen min de inkomstenbelastingen min de sociale premies plus subsidies plus sociale uitkeringen.
12. In de bedrijfs
staan alle bedrijven die na elkaar aan een product werken van grondstofproducent tot winkelier.
13.
niveau is het niveau van één werknemer of één bedrijf.
14.
is de mate waarin je in je behoeften kan voorzien.
15. Het
niveau is het niveau van een land. Bijvoorbeeld alle bedrijven en alle werknemers van een land.
16. Economische
is de reële stijging van het bruto binnenlands product.
17. Bij
werk worden de inkomsten niet worden opgegeven aan de belastingdienst.
18.
externe effecten zijn nadelige onbedoelde bijwerking van productie of consumptie.
19.
inkomensverdeling is de verdeling van het inkomen over de verschillende productiefactoren.
20. De arbeidsinkomens
bereken je door alle betaalde lonen plus het toegerekend loon zelfstandigen delen door het nationaal inkomen.
21. Het bruto binnenlands product geeft de
van alle geproduceerde goederen en diensten in een land gedurende een jaar.
22.
ontwikkeling is het meer en meer produceren van goederen en diensten waarbij rekening wordt gehouden met mens en milieu.
23. Het
reëel inkomen (RIC) is de maatstaf om de ontwikkeling van het reëel inkomen makkelijk te kunnen bekijken.
24. Het prijsindexcijfer (PIC) geeft aan hoeveel procent het levensonderhoud in een jaar hoger zijn dan in het
.
25. Het
circuit is het deel van de economie waarin de geregistreerde productie binnen een land plaatsvindt.
26. Vrijwilligerswerk en criminele activiteiten zijn onderdelen van het
circuit.
27. Met het indexcijfer nominaal inkomen (NIC) kan de ontwikkeling van het
inkomen makkelijk worden bekeken.
28. Het
circuit is het deel van de economie waar de niet-geregistreerde productie plaatsvindt.
29. De overige inkomensquote geeft het deel van het nationaal inkomen dat naar de
productiefactoren (kapitaal en ondernemerschap) gaat.
30. Het prijsindexcijfer (PIC) is de maatstaf voor
.
Kloppen mijn antwoorden?
OK