Invuloefening LWEO Lesbrief verdienen & uitgeven hoofdstuk 4 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. Arbeidsproductiviteit is de productie per per periode.
2. Productie zijn alle elementen die produceren mogelijk maken.
3. kapitaalgoederen zijn machines die langer dan een jaar meegaan.
4. De productiefactoren zijn: , arbeid, natuur en ondernemerschap.
5. is het vervangen van lichamelijke arbeid of spierkracht door machines.
6. Bij nemen computers bijvoorbeeld de besturing van machines over.
7. Bij groeien landen economisch uit elkaar.
8. Als er veel machines gebruikt worden om een product te maken, dan is de productie intensief.
9. kapitaal is de kennis en vaardigheden die werknemers bezittenen waarover bedrijven kunnen beschikken.
10. Kapitaalgoederen zijn hetzelfde als .
11. Trendmatige groei is de meest evenwichtige van de conjunctuur.
12. Als er veel menselijke arbeid gebruikt wordt om een product te maken, dan is de productie arbeids.
13. is het product vernieuwen of de manier hoe het product gemaakt wordt.
14. Bij de productiefactor kijken we naar de economische risico's die eigenaren van een bedrijf bereid zijn te nemen.
15. Bij groeien landen economisch naar elkaar toe.
16. Bruto product geeft de waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land gedurende een jaar.
17. Met de inkomens kan het inkomen per hoofd van verschillende landen vergelijken met het inkomen per hoofd in één bepaald land.
18. Alles wat te maken heeft met de productie van goederen en diensten hoort bij de kant van de economie.
19. De structurele kant van de economie is de kant van de economie.
20. De kwaliteit van de beroeps bepaalt in hoeverre de arbeidsproductiviteit beter kan worden.