Invuloefening LWEO Lesbrief vervoer hoofdstuk 2 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. Het aantal verkochte producten x de verkoopprijs = de .
2. De afzet of omzet dat een bedrijf heeft in verhouding tot de totale omzet of afzet op de gehele markt van dit product noemen we het aandeel.
3. Het aantal producten x de verkoopprijs = de totale omzet.
4. De break-evenomzet is de waarbij een onderneming geen winst en geen verlies maakt.
5. Productie is de maximale hoeveelheid goederen en diensten die bedrijf maximaal kan produceren in een bepaalde periode.
6. De break-evenafzet is de afzet waarbij een onderneming geen winst en geen maakt.
7. kosten zijn kosten die veranderen door een toename of afname in de productieomvang, zoals grondstofkosten.
8. kosten zijn de kosten van waardevermindering van machines.
9. De totale kosten worden gevormd door het optellen van de totale constante kosten en de totale kosten.
10. De constante kosten noemen we ook wel eens kosten.
11. De marginale heeft dezelfde waarde als de verkoopprijs.
12. De totale winst is het verschil dat een bedrijf in een bepaalde periode behaalt tussen de totale opbrengsten en de totale .
13. kosten zijn kosten die niet variëren met de omvang van de productie.
14. De marginale kosten zijn de extra ten behoeve van de extra productie.
15. De marginale geeft aan hoeveel de opbrengst toeneemt door de afzet van één extra product.