Invuloefening LWEO Lesbrief vervoer hoofdstuk 4 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. De functie is de formule die het verband tussen de gevraagde hoeveelheid van een bepaald goed en de prijs ervan laat zien.
2. Goederen die elkaar kunnen vervangen noemen we goederen.
3. Als alle overige factoren niet veranderen spreken we van de ceteris voorwaarde.
4. Bij een verband geldt dat een stijging een daling zal veroorzaken, of een daling een stijging.
5. Het producenten laat zien hoeveel het verkochte goed de producenten minder waard is dan de prijs die ze ervoor ontvangen.
6. Goederen die elkaar aanvullen zijn goederen. Bijvoorbeeld: shag & vloei of auto & benzine.
7. Met de betalings geven we aan hoeveel iemand (maximaal) bereid is om uit te geven aan een bepaald product.
8. Bij een verband geldt dat een stijging een stijging zal veroorzaken, of een daling een daling.
9. De evenwichtshoeveelheid is de hoeveelheid die bij de evenwichts wordt verhandeld.
10. De prijs is de prijs waarbij de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid.
11. De functie is de formule die het verband tussen de aangeboden hoeveelheid van een bepaald goed en de prijs ervan laat zien.
12. Het totale surplus is de opstelsom van het surplus en het producentensurplus.
13. Bij de bereidheid let je onder andere op iemands behoeften, prioriteiten en beschikbare hoeveelheid geld.
14. Met het surplus wordt het verschil tussen de individuele gebruikswaarde van een consumptiegoed en de marktprijs uitgedrukt.
15. Pepsi cola en Coca cola kunnen elkaar vervangen en zijn dus goederen.