Invuloefening LWEO Lesbrief werk hoofdstuk 3 havo
Vul de ontbrekende woorden in.
Tweet
1. Een
is een onbezette arbeidsplaats waarvoor een bedrijf personeel zoekt.
2.
schommelingen zijn de schommelingen in de productie door veranderingen in de bestedingen aan goederen en diensten.
3. Bedrijven kunnen moeilijk aan mensen komen als de arbeidsmarkt
is.
4. Hoogconjunctuur is de situatie waarbij de consumenten
willen kopen dan er kan worden geproduceerd.
5. De totale vraag naar arbeidskrachten van de bedrijven en de overheid noemen we de
naar arbeid.
6. Bij een ruime arbeidsmarkt is het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid. Mensen vinden
een baan.
7. De
matige groei is de evenwichtige groei van de conjunctuur.
8. De lonen zullen meestal
bij een ruime arbeidsmarkt.
9. Bij
conjunctuur gaan de consumenten minder kopen dan dat er kan worden geproduceerd.
10. De arbeidsmarkt is een economische benaming voor de vraag naar en het
van arbeidskrachten.
11. De lonen stijgen meestal bij een
arbeidsmarkt.
12. De
is het aanbod van arbeid(skrachten).
13. Bij een krappe arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid
dan het aanbod van arbeid.
14. Werkgelegenheid is het aantal personen dat
heeft.
Kloppen mijn antwoorden?
OK