Invuloefening LWEO Lesbrief werk hoofdstuk 4 havo
Vul de ontbrekende woorden in.
Tweet
1.
ruimte is de financiële ruimte om werknemers een hoger loon te betalen zonder dat dit ten koste gaat van de winst.
2. Het laagst wettelijk toegestane salaris is het
loon.
3. Studiemogelijkheden, auto van de zaak, verlof en onkostenvergoedingen zijn voorbeelden van
arbeidsvoorwaarden.
4. Vakbonden zijn organisaties die opkomen voor de belangen van
.
5. Het profiteren van de inspanningen van anderen noemen we
.
6. Afspraken over werktijden en loon zijn
arbeidsvoorwaarden.
7. Het
loon is het loon in euro's.
8. De organisatiegraad is het percentage werknemers dat aangesloten is bij een
.
9. In een
staan de afspraken over arbeidsvoorwaarden die gelden in een bepaalde bedrijfstak.
10. Het minimum
loon is het laagst wettelijk toegestane salaris voor jongeren.
11.
bonden zijn de organisaties die opkomen voor de belangen van werkgevers.
12. We spreken van
binding als er een afspraak is die voor beide partijen bindend is.
13. Het opstellen van regels waardoor alle deelnemers zich gaan gedragen zoals wenselijk is noemen we
dwang.
14. Bij loon
stijgen de lonen niet of maar met een heel klein percentage.
15. Het aantal goederen en diensten dat je met je inkomen kunt kopen noemen we
.
16. De
per product zijn de arbeidskosten die nodig zijn om een product te maken.
17. Loonsstijging door bijvoorbeeld promotie noemen we een
loonstijging.
18. Een extra loonsstijging bovenop prijscompensatie, noemen we een
loonstijging.
19. Je
blijft gelijk bij prijscompensatie.
20. Reëel inkomen is de koopkracht van het inkomen dat je verdient, hierbij is rekening gehouden met
.
Kloppen mijn antwoorden?
OK