Invuloefening LWEO Lesbrief werk hoofdstuk 5 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. Het loon is het loon waarbij de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk zijn.
2. Opofferings zijn de waarde van het beste, niet gekozen, alternatief.
3. Er is sprake van markt, wanneer vraag en aanbod op een bepaalde markt in evenwicht zijn.
4. Met de betalings geven we aan hoeveel iemand (maximaal) bereid is om uit te geven aan een bepaald product.
5. Het minimumloon is het laagst toegestane salaris.
6. Welvaartswinst is de optelsom van het werkgeverssurplus en het surplus.
7. In een evenwicht zijn vraag en aanbod aan elkaar gelijk.
8. Het werkgevers is het voordeel dat werkgevers hebben als ze niet zo veel loon hoeven te betalen als ze eventueel bereid waren te betalen.
9. Goederen en diensten die in de ogen van de klant exact hetzelfde zijn als de producten van andere aanbieders zijn goederen.
10. De Nederlandse organisatie die zich met transparantie bezig houdt is de .
11. Bij asymmetrische beschikt de ene partij over meer informatie dan de andere partij.
12. De lijn naar arbeid is de lijn die het verband weergeeft tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid arbeid die bedrijven nodig hebben.
13. De evenwichtshoeveelheid is de hoeveelheid die bij de evenwichts wordt verhandeld.
14. imperfecties ontstaan wanneer de markt niet precies werkt zoals dit zou moeten.
15. surplus is het voordeel dat arbeiders hebben als ze meer loon krijgen dan het loon dat voor hen voldoende was geweest om te gaan werken.
16. De lijn van arbeid is de lijn die het verband weergeeft tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid arbeid die de mensen aanbieden op de arbeidsmarkt.