Invuloefening LWEO Lesbrief werk hoofdstuk 6 havo

Vul de ontbrekende woorden in.

Tweet

1. Het loon is het loon waarbij de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk zijn.
2. Werkloosheidspercentage is de werkloosheid als percentage van de .
3. Het dalen van de bestedingen noemen we uitval.
4. Het aantal jaren dat je hebt gewerkt noemen we het arbeids.
5. Arbeids is de bereidheid van mensen bereid om te veranderen van baan, beroep of regio.
6. werkloosheid is de werkloosheid die ontstaat door minder verkoop van goederen en diensten.
7. De lonen zullen meestal dalen bij een arbeidsmarkt.
8. Bij een groeit het nationaal inkomen minder hard dan de trend.
9. De graad is het deel van de productiecapaciteit dat wordt benut.
10. De lonen stijgen meestal bij een arbeidsmarkt.
11. De productie wordt bepaald door het aantal mensen in dienst en de hoeveelheid machines in een bedrijf.
12. Bij loon passen de lonen zich niet snel aan op veranderingen van arbeidsmarkt.
13. Als je bent ontslagen, kost het enige tijd om een nieuwe baan te vinden. Dit noemen we werkloosheid.
14. werkloosheid is de werkloosheid die ontstaat omdat bedrijven op een andere manier hun producten gaan maken.
15. Bedrijven kunnen moeilijk aan mensen komen bij een arbeidsmarkt.
16. Situatie waarbij de consumenten meer willen kopen dan er kan worden geproduceerd noemen we conjunctuur.
17. Er is loon als de lonen zich snel aanpassen op veranderingen van de arbeidsmarkt.
18. besteding is een ander woord voor hoogconjunctuur.
19. Bij destructie van werkgelegenheid gaan er verloren.
20. Het loon is het laagst wettelijk toegestane salaris.
21. Bij een krappe arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid dan het aanbod van arbeid.
22. Het beleid van de overheid met als doel een evenwichtige ontwikkeling van de arbeidsmarkt noemen we beleid.
23. Onvrijwillige werkloosheid is de werkloosheid die ontstaat omdat lonen zich op termijn niet aanpassen aan de markt.
24. De situatie waarbij de consumenten minder willen kopen dan er kan worden geproduceerd noemen we conjunctuur.
25. Bij een arbeidsmarkt is het aanbod van arbeid groter dan de vraag naar arbeid.
26. Werkloosheid die niet ontstaan door veranderingen in de economie noemen we werkloosheid.
27. Mensen vinden moeilijk een baan bij een arbeidsmarkt.
28. besteding is een ander woord voor laagconjunctuur.