| |
Inkomensafhankelijk:
Te betalen premie of belasting wordt betaald afhankelijk van de hoogte van het
inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het (in %) te betalen bedrag.
Consumeren:
Het kopen van goederen en diensten om in je behoeften te voorzien.
Sparen:
Sparen is iets niet gebruiken, maar apart houden voor later. Het uitstellen van
consumptie.
Intertemporele ruil (intertemporele substitutie = ruilen over tijd):
Het uitstellen of vervroegen van consumptie.
Rente:
De prijs van geleend geld. Een andere naam voor rente is interest. |
|