|
Pensioenfonds:
Een
organisatie die premies int van werknemers en
deze belegt om later pensioenen uit te kunnen keren aan de deelnemers
aan het pensioenfonds.
Levensloopregeling:
Regeling waarbij een werknemer individueel met belastingvoordelen
spaart.
Uitgesteld
loon:
Een pensioenuitkering of een opname uit de levensloopregeling.
Bestaansminimum
/ sociaal minimum:
Het minimale bedrag wat je nodig hebt om te
leven. De overheid
stelt dit vast en
is nu 70% van het wettelijk minimumloon.
Aandeel:
Verhandelbaar stuk van deel-eigendom van een bedrijf.
Effectenbeurs:
De plaats waar aandelen en andere waardepapieren worden verhandeld.
Dividend:
De winstuitkering op aandelen.
Rendement:
Opbrengst van belegd vermogen.
Obligaties:
Verhandelbaar stuk van een geldlening aan bedrijven of de
overheid met een vaste rente en vaste looptijd.
Waardevast:
De pensioenen en uitkeringen stijgen evenveel als het
inflatiepercentage.
Welvaartsvast:
De pensioenen en uitkeringen stijgen
evenveel als de gemiddelde stijging van de CAO-lonen.
Beurskoers:
Prijs van aandelen op een bepaald moment op de beurs. |