| |
Ruil in natura:
Goederen (of diensten) ruilen voor goederen
(of diensten). Bij
directe ruil gebruik je GEEN geld.
Intertemporele ruil
(intertemporele substitutie = ruilen over tijd):
Het uitstellen of vervroegen van consumptie.
Verzorgingsstaat:
De overheid die iedereen een aanvaardbaar bestaansminimum garandeert.
Overdrachten:
Geld dat werkenden afdragen en de overheid vervolgens gebruikt
om sociale uitkeringen en sociale voorzieningen te betalen.
Netto
ontvanger:
Als je meer aan zorg, onderwijs en uitkering ontvangt dan dat je
daarvoor hebt moeten betalen via belasting en premies.
Netto
betaler:
Als je meer betaalt aan belasting of sociale premies dan dat je
hebt ontvangen aan zorg, onderwijs en uitkering.
Duurzame
productie:
Het produceren van goederen en diensten waarbij rekening wordt gehouden
met mens en milieu.
Profijtbeginsel:
Je moet aan de overheid betalen als je gebruik maakt van goederen of
diensten die de overheid levert. |
|