| |
Pensioen:
De uitkering die wordt ontvangen vanwege het verlies aan inkomen wegens het
bereiken van de pensioenleeftijd. Deze uitkering is alleen voor mensen die zelf
premies hebben betaald.
AOW:
Algemene Ouderdomswet. Een volksverzekering die alle Nederlanders een uitkering
geeft vanaf 65 jaar.
Vergrijzing:
Een steeds groter deel van de bevolking is ouder dan 65 jaar.
Zorgkosten:
Kosten van medische zorg en verpleging.
Inactieven:
Mensen die niet werken en een uitkering hebben.
Actieven:
Mensen die werken.
I/a ratio:
Verhouding tussen mensen met een uitkering en werkenden.
Netto inkomen:
Het loon na de aftrek van belastingen en premies.
Nationaal product:
De productie van alle mensen in een land bij elkaar opgeteld in een jaar.
Nationaal inkomen:
Alle inkomens van alle bewoners van een land bij elkaar opgeteld. Onder alle
inkomens wordt verstaan: rente, loon, pacht en winst.
Arbeidsproductiviteit:
De productie per werknemer per periode. De arbeidsproductiviteit gaat omhoog als
dezelfde hoeveelheid producten in minder arbeidsuren kan worden gemaakt. Of als
met dezelfde hoeveelheid arbeidsuren een grotere productie kan worden
gerealiseerd. Dit kan door betere scholing van de arbeiders of door betere
machines.
Technische ontwikkeling:
De komst van steeds betere machines en computers, waardoor de
arbeidsproductiviteit kan stijgen.
Specialisatie:
Specialisatie is het zich toeleggen op iets specifieks. Dit kan op verschillende
gebieden. Met de industriële revolutie is in de economie een vergaande
arbeidsdeling doorgevoerd. Een specifiek beroep wordt ook wel een specialisatie
genoemd.
Arbeidsverdeling:
Als iedereen het werk doet waar hij goed in is. |
|