|
Arbeidsmarkt:
De arbeidsmarkt is een economische benaming voor de vraag naar en het aanbod van
arbeidskrachten.
Aanbod van arbeid (beroepsbevolking):
Alle mensen tussen de 15 en 65 jaar die 12 uur of meer uur per week werken of
actief op zoek zijn naar werk. De beroepsbevolking is het aanbod van arbeid(skrachten).
Bevolkingsgroei:
Het groter worden van de bevolking.
Vraag naar arbeid:
De totale vraag naar arbeidskrachten van de bedrijven en de overheid.
Vacature:
Onbezette arbeidsplaats waarvoor een bedrijf personeel zoekt.
Conjunctuurschommelingen:
Schommelingen in de productie door veranderingen in de bestedingen aan goederen
en diensten.
Trend (trendmatige groei):
De trend is de meest evenwichtige groei van de conjunctuur.
Hoogconjunctuur (overbesteding):
Situatie waarbij de consumenten meer willen kopen dan er kan worden
geproduceerd.
Laagconjunctuur (onderbesteding):
Situatie waarbij de consumenten minder willen kopen dan er kan worden
geproduceerd.
Werkgelegenheid:
Het aantal personen dat werk heeft.
Ruime arbeidsmarkt:
Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid. Mensen vinden moeilijk
een baan. De lonen zullen meestal dalen bij een ruime arbeidsmarkt.
Krappe arbeidsmarkt:
De vraag naar arbeid is groter is dan het aanbod van arbeid. Bedrijven kunnen
moeilijk aan mensen komen. De lonen stijgen meestal bij een krappe arbeidsmarkt. |