Economiepagina.com

 
  Economie leren en oefenen doe je op economiepagina.com: uitleg, oefentoetsen en alle examens!  
     
     
     
 

oefenopgaven werk

antwoorden

 
       
   
       
 

terug naar werk

terug naar lesbrieven

 
     
 

Lesbrieven LWEO
Lesbrief Werk havo
Begrippen hoofdstuk 4: Loonvorming in de praktijk

 
     
 

Minimumjeugdloon:
Het laagst wettelijk toegestane salaris voor jongeren.

Minimumloon:
Het laagst wettelijk toegestane salaris.

Arbeidsovereenkomst:
De afspraak tussen werknemer en werkgever. De werkgever betaalt loon en de werknemer verricht werk.

Arbeidsvoorwaarden:
Afspraken tussen werkgever en werknemer over onder andere loon, arbeidstijd, vakantieregeling, reiskosten, onkostenvergoedingen, en studiemogelijkheden.

Primaire arbeidsvoorwaarden:
Afspraken over werktijden en loon.

Secundaire arbeidsvoorwaarden:
Alle arbeidsvoorwaarden die niet primair zijn. Bijvoorbeeld: studiemogelijkheden, auto van de zaak, verlof en onkostenvergoedingen.

Individuele arbeidsovereenkomst:
Arbeidsovereenkomst tussen het bedrijf en een werknemer.

Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO):
Afspraken over arbeidsvoorwaarden die gelden in een bepaalde bedrijfstak. De hoofdonderwerpen zijn loon en de arbeidsduur.

Vakbonden:
De organisaties die opkomen voor de belangen van werknemers.

Werkgeversbonden:
De organisaties die opkomen voor de belangen van werkgevers.

Organisatiegraad:
Het percentage werknemers dat aangesloten is bij een vakbond.

Zelfbinding:
Een afspraak die voor beide partijen bindend is.

Meelifter (free-rider):
Profiteren van de inspanningen van anderen.

Collectieve dwang:
Het opstellen van regels waardoor alle deelnemers zich gaan gedragen zoals wenselijk is.

Nominaal loon:
Het loon in euro's.

Koopkracht (reële loon):
Het aantal goederen en diensten dat je met je inkomen kunt kopen.

Reëel inkomen:
De koopkracht van het inkomen dat je verdient, hierbij is rekening gehouden met inflatie.

Prijscompensatie:
Als je loon gelijk meestijgt met de algemene stijging van de prijzen. Je koopkracht blijft hierdoor gelijk.

Initiële loonstijging:
Een extra loonsstijging bovenop prijscompensatie, mogelijk gemaakt door een stijging van de arbeidsproductiviteit.

Incidentele loonstijging:
Loonsstijging door bijvoorbeeld promotie.

Loonkosten per product:
De arbeidskosten die nodig zijn om een product te maken.

Internationale concurrentiepositie:
Landen produceren en verkopen de producten die zij het beste of het goedkoopste kunnen produceren.

Loonruimte:
De financiële ruimte om werknemers een hoger loon te betalen zonder dat dit ten koste gaat van de winst. Er wordt hierbij gekeken naar de gestegen arbeidsproductiviteit.

Loonmatiging:
De lonen stijgen niet of maar met een heel klein percentage.

Menselijk kapitaal (human capital):
De kennis en vaardigheden die werknemers bezittenen waarover bedrijven kunnen beschikken.

     
 

gratis! examentraining

eindexamenpagina.nl

 
       
   
       
 

disclaimer & contact

home