Economiepagina.com

 
  Economie leren en oefenen doe je op economiepagina.com: uitleg, oefentoetsen en alle examens!  
     
     
     
 

oefenopgaven conjunctuur

antwoorden

 
       
   
       
 

terug naar conjunctuur

terug naar lesbrieven

 
     
 

Lesbrieven LWEO
Lesbrief Conjunctuur havo
Samenvatting Conjunctuur deel 2

 
     
 

HOOFDSTUK 2: Twee visies

De minister van Economische Zaken hebben als verantwoording om maatregelen te treffen, zodat de werkloosheid daalt.

1. Klassieken: loon = kosten

Werkloosheid kan bestreden worden door de loonkosten te verlagen:
1. Lagere loonkosten > bedrijven goedkoper produceren >product prijs verlagen.
2. De concurrentiepositie t.o.v. het buitenland verbetert > verkoop producten stijgt.
3. Stijgende afzet > bedrijven meer werknemers nodig.

De klassieke econoom Adam Smith schreef in 1779 dat de economie als gevolg van het prijs- of marktmechanisme steeds automatisch in evenwicht zal komen.

Marktmechanisme: Als ondernemers met voorraden blijven zitten, gaan de prijzen omlaag en wordt er meer verkocht. Als de vraag groter is dan de productie gaan de prijzen omhoog, waardoor de vraag weer daalt. Steeds zorgt het marktmechanisme voor evenwicht.

Klassieken: lonen ↓, prijzen ↓, internationale concurrentiepositie ↑, export ↑, productie ↑, werkgelegenheid ↑.

De theorie van de klassieke economen kan erg effectief zijn als er in een land onderbesteding is en in het buitenland niet. Als een verlaging van de loonkosten geen concurrentievoordeel oplevert, kan de economie erg schaden.

2. Keynesianen: loon = koopkracht

Volgens de Engelse econoom John Maynard Keynes lost een loondaling in de periode van laagconjunctuur de werkloosheid niet op, maar maakt haar alleen maar erger. Ook vindt hij dat de lonen in een periode van laagconjunctuur omhoog moeten.

Keynesianen: lonen ↑, bestedingen ↑, productie ↑, werkgelegenheid ↑. De overheid moet ingrijpen om de negatieve spiraal te doorbreken, de bestedingen  moeten door de overheid beïnvloedt worden en dat kan op twee manieren:

1. Door de bestedingen van de overheid zelf te veranderen;
2. Door ervoor te zorgen dat particulieren meer of minder gaan besteden. (veranderingen in de belasting, sociale premies en overdrachten).

Een Keynesiaans beleid kan een sneeuwbaleffect hebben. Het leidt tot een toename van de vraag, daarmee tot een stijging van de productie en dus ook een grotere werkgelegenheid en een hoger nationaal inkomen. Het levert een kettingreactie op.

Omgekeerd kan de overheid in een situatie van overbesteding de economie afremmen door zelf minder te gaan uitgeven en/of door de belastingen te verhogen. Dit leidt tot afname van de effectieve vraag, waardoor de productie daalt en de werkgelegenheid afneemt. Het nationaal inkomen zal dalen wat als gevolge heeft dat de gezinnen zowel als de bedrijven minder zullen besteden.

Multipliereffect: De benaming die Keynes deze kettingreactie geeft.

De werking van de multiplier:
• De overheid geeft meer uit > De bedrijven gaan meer produceren > het inkomen van de gezinnen stijgt. Het extra inkomen leidt tot extra consumptie, wat vervolgens weer extra inkomen oplevert enzovoort.
• De overheid stimuleert de economie=>Bij onderbesteding wordt het overheidstekort nog groter. De overheid financiert het tekort door geld te lenen. Het geld dat de particulieren sparen. Zo blijft het geld circuleren in de kringloop. Als het beleid succes heeft, zal de productie op den duur weer stijgen, het inkomen neemt weer toe en daarmee de belastingopbrengst.
• De overheid remt de economie af =>Wanneer er overbesteding is, wordt er veel besteed. De effectieve vraag overtreft de productiecapaciteit. De overheid kan dit bestrijden door de belastingen te verhogen en de overheidsuitgaven te verlagen. Zo wordt het overheidstekort kleiner.